Paassprookje

De mensen werden doorgaans zeer oud toen.
Met zonder meer eeuwig leven in het hart.
Mensen waren nagenoeg bijna als goden.
Grimmig, dat wel soms, maar steevast drinkende de logica van nectar en Ambrozijn.
Zij waren als Griekse heroën en vaarders op louter zonneschijn.
Op de verlichtende zonnewagens van Odysseus.
De aardbol was platvloers en de hemel zowaar een baldakijn.
Veel historie werd er niet geschreven.
Hoogstens fabels want die schenen waar te zijn.
Trouwens wie gaf er ook wat om.
Gouden steden verrezen uit de grond.
Schitterend, laag na laag.
Er werd ook gestreden op Trojaanse treden.
De verre westerse wereld werd argwanend vermeden.
Leven was op zijn paasbest steeds herrijzen.
Zoals de klokken van Rome maar reizen en reizen.
Een paarse vervlechting van linten ontstond.
Toen men in de morgenstond het heilige land weer vond.

Zeer slechtSlechtRuim onvoldoendeOnvoldoendeTwijfelachtigVoldoendeRuim voldoendeGoedZeer goedUitstekend Beoordeling: 6,63 Stemmen: 19

Laat wat van je horen

*

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten