Och toch

Wanneer het winter is
Kruipt hij weg in de duisternis.
Lekker warm in een holletje.
Geen tijd meer voor een dolletje.
Tijd voor de winter-pit.
Pas na lange tijd was hij weer volop fit.

Na een koude tijd
Begon hij weer met vlijt
Zijn huisje op te schonen.
Met op zijn wangen rode konen.
Ja, zelfs ál zijn schoenen
Begon hij schoon te boenen.

De lente was gekomen
Daar had hij lang van liggen dromen.
Van al die warmte en kleur
Van al die vrolijkheid en fleur.
Hij kon weer de wijde wereld in
Oh, wat had hij het naar zijn zin!

Hij was een heuse heer,
Zoals hij, keer op keer
In zijn rode jas
Met zijn zwarte das
Door de tuin kroop
Met in zijn das een knoop.

Het lieve beest
Kroop heel bedeesd
Door struiken en door bloemen
Zag hij daar een boom opdoemen?
Níets was te hoog
Voor het lieve-heers-beestjes oog!

Vol goede moed
Keek hij de zomer tegemoet
Zijn buikje raakte gauw vol toen
Van al dat frisse lente groen.
Daar boven in de boom
Maakte het zonnetje hem loom.

Maar, oh, toen sloeg het noodlot toe
Want hier volgt dus de clou
Ik kwam mij er mee bemoeien
Moest zo nodig dáár gaan snoeien
Het lieve beest viel van de tak
En onder mijn klomp klonk:
“krak-krak-krak”.

Zeer slechtSlechtRuim onvoldoendeOnvoldoendeTwijfelachtigVoldoendeRuim voldoendeGoedZeer goedUitstekend (Nog geen stemmen)

Laat wat van je horen

*

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten