Ziet gij hem staan de fiere haan
met zijn schone rode kam
met vuur in zijn ogen
en goud op zijn frak
met felle sporen aan
hij leidt zijne hennen
in kanten en hoeken
om eten te zoeken
en hij houdt de wacht
vol fierheid en pracht
soms roept hij hen toe
dan roept hij vrolijk van
koekeloerekoek.
gedichte uit mijn kleutertijd
70 jaar geleden.
een paar lijntjes vergeten.
op te zeggen met de nodige
kinderlijke mimiek.
Laat wat van je horen