Het gedicht Achter op de fiets

Achter mijn rug
zit mijn zoon,
ik fiets met hem
langs de spoorbrug.

Hij ratelt aan één stuk door
over kikkers, ooievaars,
potjes kikkerdril,
over juf die
een baby’tje krijgt in april…

opeens is hij stil,

vraagt dan verwachtingsvol:
“En mam,
word jij al een beetje bol?”

Ik, juist mijn “kikkerproef”
achter de rug…
juich bijna
naar hem terug:

“Misschien dat in april
mijn buik ook groeien wil!”.

Geplaatst door: Coby Poelman-Duisterwinkel

Breng je stem uit

Waardering: 8 op 10 (359 stemmen)

Geef een cijfer:
Mail dit gedicht